Deze week is weer gebleken: Europa is nog niet af van de Mexicaanse griep, oftewel de varkensgriep, ook wel bekend onder de officiële naam Nieuwe Influenza A (H1N1). Een heuse uitbraak dreigt, en met een mogelijke epidemie zal altijd rekening worden gehouden. Taaldacht biedt helaas niets ter bestrijding of voorkoming van zulk ongeluk, doch mogelijk wel een evenwoord voor epidemie.
De Dikke van Dale geeft voor epidemie de volgende betekenis: ‘(het optreden van een) besmettelijke ziekte die zich zeer snel uitbreidt, om na enige tijd weer geheel of bijna geheel te verdwijnen’. Volgens de Dikke van Dale heeft het ook evenwoorden: landziekte en volksziekte. Maar échte evenwoorden zijn het niet, voor zover er ooit sprake is van échte evenwoorden, waar dan ook. Landziekte is verouderd in de betekenis ‘epidemie’ en wordt tegenwoordig vooral gebezigd voor een ‘ziekte die vooral in een bepaald land, gebied optreedt’. Daarnaast is er volksziekte, dat ook niet echt dezelfde lading heeft als epidemie. Goed, maar wat is dan wel een goed evenwoord?
Lees verder “Het barre geraas”