De een zoals de ander

Door scheiding komt verscheidenheid: een wordt een en ander en vandaar de vele zaken en wezens die er zijn—met verschillen en gelijkenissen. Zulk is de tauw, de ondoorgrondelijke schikking des bestaans. Door scheiding zijn ook tegenhangers, tweelingen en andere evenbeelden mogelijk, een waarheid die vervat zij in enkele oude, onderling verwante woorden en namen, waaronder Latijn geminus, Oudnoords Ymir en Fries Jimme. Lees verder “De een zoals de ander”

Goed taalgebruik is onderdrukking

In de Middeleeuwen had zowat iedereen een eigen spraak en spelling—voor zover die kon schrijven—al nam men voorbeeld aan anderen. Later kwamen er regels en een algemene taal, vanuit voorschrijving van het juiste. Nu houden taalkundigen zich meer bezig met beschrijving van het gangbare, hoewel de meeste mensen waarde blijven hechten aan maatstaven en zoiets als goed taalgebruik. Maar volgens de nieuwste opvattingen is dat onderdrukking. Lees verder “Goed taalgebruik is onderdrukking”

Aarden

Wij wezen als het ware welverworteld wanneer wij aarden, gedijend als een boom. En ieders aard is als de grond der daden in het leven. Dan moeten aard en zijn afleiding aarden wel iets met aarde maken hebben. En toch verschillen ze geheel van herkomst, wat aan hun Duitse evenknieën Art en Erde nog te merken is. Laat ons hier dan wroeten in het verleden van met name aard. Lees verder “Aarden”

Adders zijn nadders

Op het Dwingelderveld in Drenthe zijn alweer de eerste mannetjesadders van het jaar verschenen, ontwaakt uit hun winterslaap om te warmen in de zon. In tegenstelling tot die andere twee inheemse slangen—de ringslang en de gladde slang—is de adder giftig en zo nog ietwat gevaarlijk voor zwakkere mensen. De naam is ook bijzonder, want hoort eigenlijk nadder te luiden en is verwant aan naaien. Lees verder “Adders zijn nadders”

Het varen van de ziel

Toen de zendelingen in de Germaanse wereld te werk gingen zochten zij in de volkstaal een woord ter vertaling van het Griekse psūkhḗ en het Latijnse anima voor dat onstoffelijke en onsterfelijke deel van de mens volgens de blijde boodschap. Het werd *saiwalō, de voorloper van ziel, een woord dat kennelijk vrij van al te heidense voorstellingen was. Over de diepere oorsprong is lang getwist, maar nieuwe overwegingen zijn onthullend. Lees verder “Het varen van de ziel”

Onder hoede van de hemelse tweeling

Hoe zou hier heden een heidendom in hoge beschaving eruitgezien hebben, als het herontstaan ware of nooit verdwenen? Licht voorstelbaar zijn vredig omboste hoven van kunstige houten wijhuizen met gulden smuk onder rieten dak—waardige tegenhangers van zulke plechtige doch eenvoudige oorden als Ise Jingū in Japan. En wellicht zou op veel gevels een opvallend beeld prijken: een tweetal gekruiste paardenkoppen. Lees verder “Onder hoede van de hemelse tweeling”

Te voet naar heilige oorden

Niet alleen zie ik uit naar herstel van heilige ruimten tussen hoge bomen, maar ook naar hun verbinding met lange wandelwegen door het landschap, de paden waar toegewijden met staf in hand over togen kunnen. Die zielen heten er geen bedevaarders, alsof zij enkel om te bidden komen, noch pelgrims, om met een geleend woord te spreken. Zij worden walders genoemd vanuit de oude taal. Lees verder “Te voet naar heilige oorden”

Engelen en Saksen in de Friese landen

Bij het dagen van de Middeleeuwen maken Engelen en Saksen in groten getale de overtocht naar Brittannië vanuit hun thuislanden aan de oostelijke Waddenzee. Anderen van hen vestigen zich dichter bij huis, in het dan nagenoeg verlaten uiterste noorden van de Lage Landen. Een schitterende getuige van dit verleden zijn wel de namen van twee naburige oorden in het ooit Friese deel van Groningen: Englum en Saaksum. Lees verder “Engelen en Saksen in de Friese landen”