Nagang bij nagalm

De etymologie, anders dan wat velen denken, is niet een stoffig vorsen noch een luchtig tijdverdrijf. Zij is geen bijzaak. Zij raakt de kern van onze wereld, want zij bekommert zich om de ziel van de taal, en de taal die is wezenlijk. De etymologie is als een speurtocht, een nagang des verledens, waarbij geheimen ontbonden worden en de wereld van onze voorouders helderder wordt, beter te vatten, tot een rijkdom opdoemt van verzamelde tijden, daden en plaatsen.

Lees verder “Nagang bij nagalm”

VOC-mentaliteit

Hoongelach viel onze voormalige minister-president uiteraard ten deel, toen hij het woord VOC-mentaliteit in de mond nam. En met recht, want wie wil onze buitenlandpolitiek nu in verband brengen met een van de duisterste episoden uit de vaderlandse geschiedenis? Toch heeft de Gouden Eeuw onze taal en daarmee ons denken in vele opzichten mede gevormd. Eerder schreef ik hier over de Britse filosoof Owen Barfield, die van mening is dat de geschiedenis van een volk in haar taal besloten ligt. In het Nederlands blijkt dit wel het duidelijkst uit de overvloed aan woorden die teruggrijpen op het roemruchte verleden van onze zeevaart.

Lees verder “VOC-mentaliteit”

De schone slaapsters

In de eenvoudige woorden die we dagelijks gebruiken staan de gedachten en gevoelens van onze voorouders om ons heen, niet dood, maar bevroren in hun houding als de hovelingen in de tuin van de Schone Slaapster. Aldus schreef Owen Barfield in zijn History in English Words. Als voorbeeld geeft hij het woord kwaliteit, dat we danken aan Plato, die de Griekse tegenhanger van het woord verzon. Wanneer we beseffen dat Plato’s creativiteit in het spel is iedere keer dat we het woord kwaliteit gebruiken, gaan we onze taal met nieuwe ogen zien. En het eigen maken van een dergelijk taalgevoel is geenszins tijdsverspilling, want eenmaal aangeleerd circuleert het als nieuw bloed door de taal en de wereld om ons heen – het is de kus, aldus Barfield, die de slapende hovelingen tot leven wekt.

Lees verder “De schone slaapsters”

Mathom

So, though there was still some store of weapons in the Shire, these were used mostly as trophies, hanging above hearths or on walls, or gathered into the museum at Michel Delving. The Mathom-house it was called; for anything that Hobbits had no immediate use for, but were unwilling to throw away, they called a mathom. Their dwellings were apt to become rather crowded with mathoms, and many of the presents that passed from hand to hand were of that sort.

(Uit “Concerning Hobbits” in The Lord of the Rings.)

Lees verder “Mathom”

Door en dweer

En ik stond voor een poort hoog en sterk.
En ik dacht: hebt gij immer ‘poort’ geheten? Is dat uw naam?

Wel, in het Middelnederlands bestond naast het vrouwelijke woord (die) dore/duere/dure ‘deur’ ook het onzijdige woord (dat) door ‘deur, poort’. Onze Duitse zustertaal, behoudzaam als zij is, heeft de beide woorden gehouden: naast (die) Tür ‘deur’ vindt men nog (das) Tor ‘poort, doel’.

Lees verder “Door en dweer”

Twee vreemde vogels

Huginn en Muninn zijn de raven van Odin, koning der Noormannengoden, zoals wij lezen in de IJslandse Edda. Zij gaan elke dag uit over de aarde en vertellen hem des avonds weer wat zij vernamen. Er zijn verschillende afbeeldingen gevonden van een krijger te paard met twee vogels bij zich, waarvan er een dan een ring in zijn bek draagt, misschien wel Odins magische ring Draupnir.

Odin zegt over zijn raven:

Huginn ok Muninn fljúga hverjan dag
jörmungrund yfir;
óumk ek Hugin, at hann aftr né komi,
þó sjáumk ek meir of Munin

(Hoege en Moene vliegen iedere dag
Ermegrond over
Vrees ik voor Hoege dat hij weerom niet komt,
doch hetzelfde meer voor Moene).

Lees verder “Twee vreemde vogels”

Dit leine leven

De afgelopen week, in de dagen van mijn verlof, doolde ik door een Drents bos waar ik al sinds mijn vroege kinderjaren kom. De motregen die een stad zo treurig kan kleuren was daar, waar de herfstblader bronkten, juist verkwikkend en welkom, en ik voelde mij heerlijk. Uren beliep ik holle paadjes met mos alom en overhangende takken en bare wortelen van bomen. Maar hoewel ik wist dat de bomen weer bloeien zullen in de lente, was ik getroffen door het gevoel hoe vergankelijk de wereld is.

Lees verder “Dit leine leven”

Doel

Mijn etymologisch woordenboek herleidt doel via ‘zandhoop waarop men schiet’ en ‘schietbaan’ (de Doelen), waarbij zij opmerken dat de betekenis ‘gegraven gat, greppel’ dichtbij ligt, naar Oudhoogduits tuolla ‘klein dal’. Het zou dan een ablautsvorm zijn naast dal.

Nu is doel in het Duits Ziel en bestaat er een speerpunt met de Runen-inscriptie Tilarids waar in het algemeen Doelrijder onder wordt verstaan. Het deel til leidt naar het Oudgermaanse *tila-.  (Vergelijk Gothisch til ‘geschikte gelegenheid, doel’.)

Lees verder “Doel”

Dustsceawung

Wrætlic is þes wealstan/ wyrde gebræcon

burgstede burston/ brosnað enta geweorc.


(Wonderlijk is de steenwal/ door het lot gebroken.

De burgstede gebarsten/ broos brokkelt het Ettenwerk.)

Uit: The Ruin

Er is een woord in het Angelsaksisch dat me in mijn hart trof toen ik het voor het eerst las: dustsceawung, de contemplatie van het stof. Om het in eenvoudiger taal te zeggen: stofschouwing.

Lees verder “Dustsceawung”