Mooie woorden – Oliviers keuze

Al jaren behoort liefde volgens velen tot de mooisten onzer woorden. Maar wat is er mooi aan liefde behalve hetgeen het uitdrukt? Welke schoonheid bezit het woord zelf? Eerder lijkt het niet bijzonder welluidend en vrij gewoon in opbouw. Evenmin schuilt er grote dichterlijkheid achter. Dan heeft dat andere welbeminde woord, desalniettemin, meer recht op roem, al is het nog altijd meer een versteende uitdrukking dan een echt woord.

Vandaar, met uw welnemen en stavelijk gerangschikt, de volgende voorstellen:

Lees verder “Mooie woorden – Oliviers keuze”

Nibelungenlied – een bespreking

Wee uw vrije uren in dit najaar, want het Nibelungenlied is opnieuw vertaald; ditmaal door Jaap van Vredendaal, die eerder voor zijn rekening nam de Heliand, het vermaarde Oudsaksische heldendicht over Jezus.

Het Nibelungenlied, voor wie zich nu achter de oren krabt, is een Duits heldendicht dat rond het jaar 1200 door een onbekende is opgeschreven in het Middelhoogduits, de voorloper van het hedendaags Hoogduits. Het bijna tienduizend regels tellende rijmwerk wordt gezien als een van de pronkstukken van het Duitse erfgoed; het is een zeer voornaam voorbeeld van de christelijk ingegeven hoofse letterkunde van de middeleeuwen. Doch evenwel is het een nagalm van de Germaans-heidense houding van genadeloze en volstrekte wraak binnen een reeks van lotswendingen die leiden tot de doem van menig ziel. Het Nibelungenlied eindigt niet met “en zij leefden nog lang en gelukkig.”

Lees verder “Nibelungenlied – een bespreking”

Aranmánoth

Er zijn woorden wier klank en aanschijn mij terstond doen dromen over een land waar metaal en wielen schaars zijn, en plastic en beton niets minder dan het werk van kwade geesten. Ja, het is alsof welluidendheid en geheimzinnigheid niet van deze wereld zijn.

Aranmánoth is niet de naam van een roemrijke burcht in een mythisch en woest land waar koningen om hebben gestreden. Noch is het een duistere, bloed-verzegelde toverspreuk in een gewijde taal uit een heidens verleden, of hoe een vermaard en krachtig strijdros hiet in een groot half-verloren heldendicht. Nee, het is evenmin de naam van een scheerse whisky uit de Schotse Hooglanden.

Lees verder “Aranmánoth”

Gársecg

Hoe’n ontzag zou de grote, open zee bij onze ere voorouders hebben gewekt, in een tijd dat schepen bijna niet van boten te onderscheiden waren? Hoe vreselijk en verschrikkelijk moet de zee wel niet zijn geweest in hun voorstelling. Roerend als de baren van dit onvergeeflijke en onmetelijke ruim zullen de geruchten zijn geweest over hetgeen voorbij. Niet groot kan dan de verrassing zijn dat men vroeger menig naam had voor de zee, voor het wilde haf.

Lees verder “Gársecg”

De kunst van het noemen

Groot werd hun kennis en hun kunnen; doch groter nog was hun dorst naar meer kennis, en in vele dingen overtroffen zij aldra hun onderwijzers. Zij waren veranderlijk in spraak, want zij hadden grote liefde voor woorden, en zochten immer te vinden namen voeglijker voor alle dingen die zij kenden of zich voorstelden.

(Over de Noldor, Hoge Elven in The Silmarillion van J.R.R. Tolkien.)

Lees verder “De kunst van het noemen”

Boreas en Irene

Waar ik dacht dat de zoetgeurende Zefier en witgelokte Boreas zich, vluchtend voor de nieuwe wetenschap, ontgoocheld teruggetrokken hadden in hun grotten, word ik dezer dagen steeds vaker herinnerd aan de oude windgoden. Hun verre dochters roeren zich immers aan de overzijde van de oceaan: enkele jaren na Katrina teistert nu haar meedogenloze zuster Irene de oostkust van de Verenigde Staten, waar ze woedend door de straten stormt en in haar razernij mens en natuur ontwortelt.

Al geloven we in dit nuchtere tijdperk der wetenschap niet meer in bezielde stormen, in onze taal zo niet in onze gedachten leeft nog immer de herinnering aan de vaarne goden van de wind. Zo bestaat het veelgebezigde orkaan Irene oorspronkelijk niet uit één, maar uit twee eigennamen. Orkaan is namelijk in de zestiende eeuw door Spaanse kolonisten aan een plaatselijke Caraïbische godheid ontleend; deze Hunrakan of God-Met-Eén-Been werd vernoemd naar het ‘eenbenige’ sterrenbeeld van de Grote Beer, dat in het orkaanseizoen helder aan de hemel verscheen.

Lees verder “Boreas en Irene”

De spinnende godin

De godinnennaam Tanfana blijft mijn gemoed beheersen. Ontevreden met de twee duidingen die ik in mijn vorige stuk gaf ben ik andere mogelijkheden gaan overwegen. En zo ben ik op een duiding gekomen die mij aannemelijker voorkomt. Waar ik de naam aanvankelijk voor een afleiding hield, gelijk velen voor mij, houd ik er nu rekening mee dat hij eerder een samenstelling is. Dat verandert de zaak.

Lees verder “De spinnende godin”

Bij volle maan gevierd

In de negende maand van het jaar 9 na Christus leden de Romeinen een verpletterende nederlaag tegen een groot verbond van Germaanse stammen. In een slag die drie dagen duurde werden drie legioenen tezamen met hun hulptroepen volledig vernietigd na een verrassingsaanval in het Teutoburgerwoud. Naast meer dan twintig duizend Romeinse soldaten waren ook de drie adelaars, de veldtekens van de legioenen, verloren gegaan. Het was voor Rome een ramp en een vernedering.

Lees verder “Bij volle maan gevierd”

Als een hobber verholen

It was on a summer’s day, and he was sitting by the window in the study at Northmoor Road, laboriously marking School Certificate exam papers. Years later he recalled: ‘One of the candidates had mercifully left one of the pages with no writing on it (which is the best thing that can possibly happen to an examiner) and I wrote on it: “In a hole in the ground there lived a hobbit”. Names always generate a story in my mind. Eventually I thought I’d better find out what hobbits were like. But that’s only the beginning.’

(Uit: J.R.R. Tolkien: A Biography, door Humphrey Carpenter)

Lees verder “Als een hobber verholen”