Mooi

In het Middelnederlands is een vrij bijzonder woord te vinden: vrone (ook wel vroon). Het betekent ‘heerlijk, verrukkelijk, wonderschoon’ en meer nog ‘des Heeren, met betrekking tot God en Christus’. Het is bijzonder omdat het in oorsprong de tweede naamval meervoud is van een zelfstandig naamwoord, te weten Oudgermaans *frawan ‘heer’, verwant aan vrouw. Wat vrone is, ‘heerlijk’, is dus eigenlijk ‘van de heren’.

Ik noem dit woord omdat ik nog zo’n voorbeeld meen te weten van hoe de tweede naamval van een zelfstandig naamwoord in de loop der tijd als een bijvoeglijk naamwoord is opgevat. Ik heb het over mooi. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) geeft voor dit woord “herkomst onbekend” en vermeldt nog aarzelend de mogelijkheid dat mooi verband houdt met modder, en een betekenisontwikkeling kent van ‘bevochtigd’ naar ‘gewassen, rein’ tot ‘mooi’. Een weinig overtuigende duiding.

Lees verder “Mooi”

Gewestelijke woorden

Een van de wijzen waarop een taal verandert is hoe haar klanken verschuiven in de uitspraak van haar sprekers. Zo is de welbekende Nederlandse tweeklank -ij- voortgekomen uit de oudere, lange eenklank ī van het Oudgermaans. Zegt men tegenwoordig rijmen, wijs en tijd, vroeger zei men rīmen, wīs en tīd. In sommige streektalen, zoals het Gronings, is die oude eenklank nog onveranderd gebleven.

Lees verder “Gewestelijke woorden”

Mathom

So, though there was still some store of weapons in the Shire, these were used mostly as trophies, hanging above hearths or on walls, or gathered into the museum at Michel Delving. The Mathom-house it was called; for anything that Hobbits had no immediate use for, but were unwilling to throw away, they called a mathom. Their dwellings were apt to become rather crowded with mathoms, and many of the presents that passed from hand to hand were of that sort.

(Uit “Concerning Hobbits” in The Lord of the Rings.)

Lees verder “Mathom”

Door en dweer

En ik stond voor een poort hoog en sterk.
En ik dacht: hebt gij immer ‘poort’ geheten? Is dat uw naam?

Wel, in het Middelnederlands bestond naast het vrouwelijke woord (die) dore/duere/dure ‘deur’ ook het onzijdige woord (dat) door ‘deur, poort’. Onze Duitse zustertaal, behoudzaam als zij is, heeft de beide woorden gehouden: naast (die) Tür ‘deur’ vindt men nog (das) Tor ‘poort, doel’.

Lees verder “Door en dweer”

Doel

Mijn etymologisch woordenboek herleidt doel via ‘zandhoop waarop men schiet’ en ‘schietbaan’ (de Doelen), waarbij zij opmerken dat de betekenis ‘gegraven gat, greppel’ dichtbij ligt, naar Oudhoogduits tuolla ‘klein dal’. Het zou dan een ablautsvorm zijn naast dal.

Nu is doel in het Duits Ziel en bestaat er een speerpunt met de Runen-inscriptie Tilarids waar in het algemeen Doelrijder onder wordt verstaan. Het deel til leidt naar het Oudgermaanse *tila-.  (Vergelijk Gothisch til ‘geschikte gelegenheid, doel’.)

Lees verder “Doel”

Sport

De laatste tijd ben ik aan het verheemduiden. Daarmee bedoel ik dat ik leenwoorden zo duid alsof ze eigenlijk ‘inheems’ zijn. Deze keer is het woord sport aan de beurt. Sport ‘lichamelijke oefening en ontspanning’ is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) ontleend aan Engels sport, van een oudere vorm dysporte, dat op diens beurt is ontleend aan Oudfrans desport ‘vermaak, recreatie’, een afleiding van (een voorloper van) déporter ‘afleiden, spelen, (zich) vermaken’.

Lees verder “Sport”

De wilde

Deze week worstel ik mij door een pittig doch uitermate boeiend boek: From Proto-Indo-European to Proto-Germanic van Don Ringe, uit 2006. Hierin wordt beschreven hoe het Oudgermaans is ontstaan uit het Proto-Indo-Europees (PIE), de voorouder van de meeste Europese talen.

Een van de vele belangwekkende dingen in het boek is hoe Ringe het woord beer op een andere wijze duidt dan het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) dat doet. Het EWN geeft als enige oppering dat beer van een PIE wortel *bher- ‘glanzend, lichtbruin’ komt en merkt daarbij op dat een bijnaam van de beer ook wel bruintje is. Maar volgens Ringe is er weinig bewijs dat zo’n wortel werkelijk heeft bestaan.

Lees verder “De wilde”

Tien en honderd

Een van de mooie dingen van de etymologie is dat zij verbanden tussen woorden toont die men anders niet zou doorhebben. Een goed voorbeeld hiervan zijn de woorden tien en honderd. In betekenis houden ze duidelijk verband, maar in vorm lijken ze weinig op elkaar. Toch komen ze van dezelfde wortel. Om dit duidelijk te maken beginnen we bij het Proto-Indo-Europees (PIE), de taal waar … Lees verder Tien en honderd

Veroorzaking

De kunst van het oorzakelijk werkwoord is jammerlijk een vergeten kunst. Zo’n woord is naar diens aard bondig genoeg om als een dichterlijke vuistslag aan te komen, vooral na verdere ontwikkeling in betekenis. Neem bijvoorbeeld Oudengels swebban ‘doden’. Eigenlijk is dit een oorzakelijk werkwoord bij Oudengels swefan ‘slapen’. Swebban betekende dus oorspronkelijk ‘doen slapen’. Zelf oorzakelijk werkwoorden bedenken kan een genot zijn, maar het vergt … Lees verder Veroorzaking

Het gewalm

In bijna alle Europese talen wordt ‘stof in luchtvormige toestand’ aangeduid met een vorm van het woord gas. Zelfs het Fins doet mee, met kaasu. Een van de uitzonderingen is Wels nwy, een woord waarvan de herkomst mij ontvlucht. Gas is bedacht door de Vlaamse scheikundige Jan Baptista van Helmont (1579–1644). Om dit woord te smeden deed hij niets anders dan het leenwoord chaos (van … Lees verder Het gewalm