De wedewees

In het jaar van Onze Heer 1393 maakt Karel VI van Frankrijk de blits op het bal. De koning, niet geheel onterecht bekend als Karel de Waanzinnige, voert met vijf edelen een bijzonder vermakelijke dans op, want de heren zijn verkleed als wilde bosmannen. Geheel gehuld in pakken van linnen, hars en vlas lijken ze van top tot teen behaard. Zelfs het gezicht is bedekt, en zo weten de toeschouwers niet dat de koning zelf daar huilend als een wolf opgaat in zijn rol. Omdat de pakken zeer brandbaar zijn worden toortsen op afstand gehouden. Doch één toorts komt toch te dichtbij en binnen enkele tellen vatten alle zes dansers vlam. De koning wordt gered door de vijftienjarige hertogin van Berry die schielijk haar grote rok over hem werpt. Een andere danser weet zich te doven in een ton met water, maar voor de overige vier is het gauw te laat: zij worden levend verbrand. Het toch al schamele vertrouwen van het volk in de koning wordt er niet groter op, na dit bal des ardents (‘bal der brandenden’).

Lees verder “De wedewees”

Mooie woorden – Oliviers keuze

Al jaren behoort liefde volgens velen tot de mooisten onzer woorden. Maar wat is er mooi aan liefde behalve hetgeen het uitdrukt? Welke schoonheid bezit het woord zelf? Eerder lijkt het niet bijzonder welluidend en vrij gewoon in opbouw. Evenmin schuilt er grote dichterlijkheid achter. Dan heeft dat andere welbeminde woord, desalniettemin, meer recht op roem, al is het nog altijd meer een versteende uitdrukking dan een echt woord.

Vandaar, met uw welnemen en stavelijk gerangschikt, de volgende voorstellen:

Lees verder “Mooie woorden – Oliviers keuze”

Nibelungenlied – een bespreking

Wee uw vrije uren in dit najaar, want het Nibelungenlied is opnieuw vertaald; ditmaal door Jaap van Vredendaal, die eerder voor zijn rekening nam de Heliand, het vermaarde Oudsaksische heldendicht over Jezus.

Het Nibelungenlied, voor wie zich nu achter de oren krabt, is een Duits heldendicht dat rond het jaar 1200 door een onbekende is opgeschreven in het Middelhoogduits, de voorloper van het hedendaags Hoogduits. Het bijna tienduizend regels tellende rijmwerk wordt gezien als een van de pronkstukken van het Duitse erfgoed; het is een zeer voornaam voorbeeld van de christelijk ingegeven hoofse letterkunde van de middeleeuwen. Doch evenwel is het een nagalm van de Germaans-heidense houding van genadeloze en volstrekte wraak binnen een reeks van lotswendingen die leiden tot de doem van menig ziel. Het Nibelungenlied eindigt niet met “en zij leefden nog lang en gelukkig.”

Lees verder “Nibelungenlied – een bespreking”

Aranmánoth

Er zijn woorden wier klank en aanschijn mij terstond doen dromen over een land waar metaal en wielen schaars zijn, en plastic en beton niets minder dan het werk van kwade geesten. Ja, het is alsof welluidendheid en geheimzinnigheid niet van deze wereld zijn.

Aranmánoth is niet de naam van een roemrijke burcht in een mythisch en woest land waar koningen om hebben gestreden. Noch is het een duistere, bloed-verzegelde toverspreuk in een gewijde taal uit een heidens verleden, of hoe een vermaard en krachtig strijdros hiet in een groot half-verloren heldendicht. Nee, het is evenmin de naam van een scheerse whisky uit de Schotse Hooglanden.

Lees verder “Aranmánoth”

Het mooie kwijnen

Het was het gezicht van mijn moeders vader, het zijn de bomen in herfst, het zijn de oude boerderijen, de verweerde schuren en door gras verzwolgen paden… Het zijn de handen van herders, de vervallen houten hekken rond de weiden, de omloverde muren, de gammele stoelen van gisteren… Getekend zijn zij door vergankelijkheid — met de jaren en de sleet hebben zij hun schoonheid en eigenheid verworven. Zij schitteren in verwering. Heeft zoiets een naam in onze taal? Is het ooit genoemd? Het heugt mij niet.

Lees verder “Het mooie kwijnen”

Gársecg

Hoe’n ontzag zou de grote, open zee bij onze ere voorouders hebben gewekt, in een tijd dat schepen bijna niet van boten te onderscheiden waren? Hoe vreselijk en verschrikkelijk moet de zee wel niet zijn geweest in hun voorstelling. Roerend als de baren van dit onvergeeflijke en onmetelijke ruim zullen de geruchten zijn geweest over hetgeen voorbij. Niet groot kan dan de verrassing zijn dat men vroeger menig naam had voor de zee, voor het wilde haf.

Lees verder “Gársecg”

De kunst van het noemen

Groot werd hun kennis en hun kunnen; doch groter nog was hun dorst naar meer kennis, en in vele dingen overtroffen zij aldra hun onderwijzers. Zij waren veranderlijk in spraak, want zij hadden grote liefde voor woorden, en zochten immer te vinden namen voeglijker voor alle dingen die zij kenden of zich voorstelden.

(Over de Noldor, Hoge Elven in The Silmarillion van J.R.R. Tolkien.)

Lees verder “De kunst van het noemen”

Hersterking

Een glazige blik kreeg ik toen ik het woord ried liet vallen. “Ik ried haar deze aan,” had ik gezegd. Enige verduidelijking later bekende mijn toehoorder enkel raadde te kennen. Waarop ik een glazige blik terug wierp. Nu wordt het oorspronkelijk sterke werkwoord raden al enige eeuwen ook zwak verbogen, maar dit onweten stak.

Want vaarn en vervig is het sterke werkwoord. Waar het zwakke werkwoord bestaat bij de gunst van een achtervoegsel blijft het sterke werkwoord zichzelf, terwijl het zich hult in verschillende gedaanten zoals het jaar getijden heeft. Het heeft integriteit en karakter – is eigenzinnig in de beste zin van het woord.

Lees verder “Hersterking”

Nimmer vergeten

Nothing is forgotten. Nothing is ever forgotten. Robin of Sherwood Al lijkt de mens te vergeten, het is niet de herinnering die vergankelijk is, maar de vergetelheid. Want de mist van tijd zal verzwinden – bij de hand van de Hoogste, die niet vergeet en niet vergaat, en de hulling ongedaan mag maken. Zonder hulling is er geen geheimzinnigheid of verwondering, dat lijdt geen twijfel, … Lees verder Nimmer vergeten

Twee spellingen

De Nederlandse spelling sluit, in vergelijking met de Engelse spelling, goed aan bij de gesproken taal. Een grote uitzondering hierop is, zoals wij al mochten bevinden, dat wij een -d blijven schrijven waar wij al eeuwen een [t] uitspreken, zoals in daad en wijd. Het uitblijven van spellingwijzingen heeft meestal praktische, maar vaak ook etymologische redenen; woorden mogen zo een deel van hun geschiedenis tonen. Veel Engelse woorden bezitten door hun achterhaalde, archaïsche spelling wellicht meer karakter en geheimzinnigheid, althans in de ogen en oren van mensen die veel over taal nadenken. Men schrijft bijvoorbeeld in navolging van oude uitspraak lane of fire, maar zegt inmiddels iets anders.

Lees verder “Twee spellingen”