Wolvenroem

Nog even en de wolf is na meer dan eeuw weer terug in het wild van Nederland, en dan waarschijnlijk eerst in Drenthe. Daar is onlangs vlak over de grens bij het Duitse Meppen een wilde wolf op beeld gezet. In Duitsland leven nu alweer jaren enkele roedels en ook in Nederland is volgens kenners ruimte voor meerdere roedels. Niet iedereen zal even blij zijn met het wederkeren van de wolf –hij is en blijft een roofdier en zijn verdwijning was immers naar de wens van velen– maar toen wij nog in de onmetelijke wouden van Midden-Aarde woonden was de wolf eerder geducht dan gehaat.

Lees verder “Wolvenroem”

Klankzinnig

Menig dag in de week jaag ik vlot mijn rijwiel langs de vaart: een aardige afstand waar ik meestal geen andere zielen tegenkom en waar ik zo zonder veel afleiding in gedachten verzonken raak, op gevaar af met fiets en al het water in te dwalen.

Op een van zulke tochten onlangs was ik in de weer met klanken, met de vraag welke klanken ik welluidend vind, in welke samenstellingen, en wat voor beelden ze oproepen. Ik zou immers nog eens mijn eigen taal willen maken, met woorden die geluidelijk lijken op de zaken waar ze naar verwijzen. En zo rolde de ene na de andere klank helder en met overtuiging van mijn tong:

Lees verder “Klankzinnig”

Little, nameless, unremembered

Hoewel de onlangs verschenen opening van Peter Jacksons Hobbit-trilogie de nodige Hollywood-clichés bevat, zijn sommige scènes het overdenken waard . Zo spreekt Gandalf de Grijze op zeker moment de volgende woorden:

I’ve found it is the small things, everyday deeds of normal folk, that keep the darkness at bay — simple acts of kindness and love.

Lees verder “Little, nameless, unremembered”

Sigelhearwan

Toen de Angelsaksen in Brittannië meer dan duizend jaar geleden vele verhalen uit de klassieke en bijbelse wereld opschreven in hun eigen taal, het Oudengels, vertaalden ze doorgaans niet de namen van mensen en volkeren en landen. Hooguit voegden ze ter verduidelijking eigen woorden toe. De Romeinen waren domweg Rómáne dan wel Rómwaran, de Grieken Grécas, de Israëlieten Israélas, de Egyptenaren Egipte, enzovoort. Maar merkwaardig genoeg gebruikten ze uitgerekend voor de Ethiopiërs steevast een volstrekt eigen benaming, namelijk het raadselachtige Sigelhearwan – alsmede latere nevenvormen als Sílhearwan en Sigelwaras.

Lees verder “Sigelhearwan”

Germaanse namen herbezocht

Ieder jaar geeft de Sociale Verzekeringsbank, de instelling verantwoordelijk voor de uitkering van de kinderbijslag, een lijst uit van de populairste kindernamen in Nederland. Bij beschouwing van deze lijst hoeft men geen naamkundige te zijn om te zien dat de hedendaagse Nederlandse namenschat een onsamenhangend allegaartje is, een vormloze, bijeengeleende warboel van namen, vol met klanken die vloeken met de gewone Nederlandse taal.

Lees verder “Germaanse namen herbezocht”

Vijf gewesten

Na eerdere geruchten in afgelopen jaren gaat nu wederom de mare dat de bestuurders van Nederland van zins zijn de twaalf provincies terug te brengen tot vijf landsdelen. Zulke voornemens zouden een voorbeeld hebben in de landshervorming van Denemarken in 2007, toen ettelijke amter werden teruggebracht tot vijf regioner. Hoewel deze webstede niet gewijd is aan de bespreking van landsbestuur, wekt een dergelijke zaak uiteraard enige taaldacht.

Lees verder “Vijf gewesten”

Over hobbits en azalea’s

Op het vorige week gehouden poëziefestival in Rotterdam werd liefhebbers de kans geboden in het bijzijn van een dichter, een vertaler en andere belangstellenden, een aantal gedichten te vertalen. Nou ben ik niet erg vertrouwd met het onherbergzame landschap der moderne poëzie, maar de mogelijkheid om een aantal van deze  bijeenkomsten bij te wonen wilde ik niet mislopen. Vertalen, en in het bijzonder het vertalen van scheppend, dichterlijk taalgebruik, heb ik altijd de beste manier gevonden om mijn beheersing van bron- en doeltaal bij te schaven.

Lees verder “Over hobbits en azalea’s”

Mierzoet of smaakvol?

Veel van de zinnebeelden die we dagelijks gebruiken ontlenen we aan onze unieke geschiedenis. Talloze uitdrukkingen zijn gevormd tijdens het rijke scheepvaartverleden. Al bouwen we de duinen tot de wolken, ook de zee stroomt immer onze taal binnen. En een debat wordt bij ons in blessuretijd beslist, waar dit elders bijvoorbeeld in de ninth innings zou gebeuren.

Toch is het metaforische vlechtwerk van onze taal niet geheel cultuurgebonden. Zo zullen er weinig landen zijn waar niet met enige regelmaat een maaltijd genuttigd wordt; onlangs viel me op hoe we ook in het Nederlands onze eetgewoontes bij onze taal betrekken.  Woorden ontleend aan de smaak, maar ook aan het opdienen en nuttigen van eten, vormen een onuitputtelijke bron voor metaforen – veelal onbewust gebruikt.

Lees verder “Mierzoet of smaakvol?”

De wedewees

In het jaar van Onze Heer 1393 maakt Karel VI van Frankrijk de blits op het bal. De koning, niet geheel onterecht bekend als Karel de Waanzinnige, voert met vijf edelen een bijzonder vermakelijke dans op, want de heren zijn verkleed als wilde bosmannen. Geheel gehuld in pakken van linnen, hars en vlas lijken ze van top tot teen behaard. Zelfs het gezicht is bedekt, en zo weten de toeschouwers niet dat de koning zelf daar huilend als een wolf opgaat in zijn rol. Omdat de pakken zeer brandbaar zijn worden toortsen op afstand gehouden. Doch één toorts komt toch te dichtbij en binnen enkele tellen vatten alle zes dansers vlam. De koning wordt gered door de vijftienjarige hertogin van Berry die schielijk haar grote rok over hem werpt. Een andere danser weet zich te doven in een ton met water, maar voor de overige vier is het gauw te laat: zij worden levend verbrand. Het toch al schamele vertrouwen van het volk in de koning wordt er niet groter op, na dit bal des ardents (‘bal der brandenden’).

Lees verder “De wedewees”