Dijzen

Karel de Grote, zo schreef zijn dienaar Einhard, toog zijn telgen naar de zeden der Franken: zodra hun leeftijd het toestond oefenden zijn zoons het rijden, voor strijd en jacht. Zijn dochters daarentegen namen voor nijverheid spoel en spinrokken op. Zo onlosmakelijk verbonden waren vrouwen, ook koningsdochters, met spinnen en weven, dat het spingerei sinds mensenheugenis hier en elders hun zinnebeeld was. Wie dan woorden vorst die met deze bezigheden van doen hebben kan aldra het hart van een oud wereldbeeld raken.

Lees verder “Dijzen”

Met valen mennen

Er bestond in het Middelnederlands (1200-1500) een merkwaardige uitdrukking die gebruikt werd door onder meer de dichters Willem van Hildegaersberch en Jacob van Maerlant: met valen mennen. Hiermee werd zo veel bedoeld als ‘kwaad doen, onrecht doen, slinks bezig zijn, bedriegen’ maar ook ‘van de goede weg afdwalen’. Wie ment (rijdt) met valen is onbetrouwbaar, voor anderen en voor zichzelf. Maar wat is nu de letterlijke bedoeling?

Lees verder “Met valen mennen”

Tolkiens dwergen

Het is najaar 1937 wanneer de eerste, bescheiden oplage van J.R.R. Tolkiens The Hobbit in Engeland verschijnt. Wat was ontstaan als een verhaal voor het slapengaan van zijn kinderen was binnen korte tijd uitverkocht en goed ontvangen. Tolkien, toen al ruim tien jaar professor Angelsaksisch te Oxford, vreesde meteen al de hoon van zijn werkgenoten –en had deze allengs volop te verduren– maar mocht in een brief toch melden dat “the Regius Professor of Modern History was recently seen reading The Hobbit” als ware het een klein academisch schandaal.

Lees verder “Tolkiens dwergen”

Baduhenna

“O Vrouwe, gun ons zege in uw heilige woud!”

Zulk een verzoek kunnen wij ons voorstellen van de Friezen toen zij in 28 na Christus in opstand kwamen tegen de Romeinen. Hoewel het land der Friezen benoorden de Rijn lag, de stroom die in de Lage Landen de grens van het Rijk vormde, waren zij als bondgenoten ondergeschikt aan de Romeinen. Toen de eisen allengs onredelijk werden maakten de Friezen een vuist en vielen zij het castellum Flevo aan. De Romeinen zonden versterking, waaronder een afdeling ruiters van andere Germaanse stammen, en de Friezen braken hun beleg af en trokken zich terug. De Romeinen volgden hen door het zo lastige drassige land –jachtig dijken en bruggen bouwende– tot in het heilige woud van Baduhenna.

Lees verder “Baduhenna”

Wodan? Woen!

De tere ziel van Taaldacht wordt al jaren geteisterd door de wijdverbreide wanuitspraak van een wisse godennaam. Bij dezen de hoop dat herhaling heil brengt: de naam hoort niet Wodan te luiden, maar Woen. Wij zijn niet de eersten die hierover beginnen. “Het wordt eindelijk eens tijd, dat men de schooljeugd dien naam goed leert uitspreken,” zei de Leidse taalkundige Lammert Allard te Winkel erover in 1865. En ook heden zeggen de goede mensen van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands: “De inheemse vorm is Oudnederlands wuodan (geschreven uuoden [791-800; CG II-1, 26]) en had in het Middelnederlands klankwettig tot *woeden > *woen moeten leiden (als in boedel > boel).”

Lees verder “Wodan? Woen!”

Raag

De aanblik van een gebergte waarvan de besneeuwde toppen zich hoog boven de wolken verheffen, de beschrijving van een razende storm, of de schildering van het rijk van de hel door Milton wekken behagen op, maar gepaard met huivering (…).

Uit:
Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene
(1763, vertaling door Ike Kamphof)

Aldus spreekt de Duitse wijsgeer Immanuel Kant in een van zijn vroegere werken. Hij onderscheidt hier het verhevene van het schone. Beide vervoeren ons tot hogere gevoelens, maar het verhevene grijpt ons aan, terwijl het schone ons bekoort. Het verhevene moet altijd groot en eenvormig zijn, het schone kan klein en druk en getooid zijn. In zijn latere werk zou hij hier nog veel verder over uitweiden.

Lees verder “Raag”

Tongel

Weinig dingen zijn ouder dan de sterren. Zo oud zijn zij, dat al het leven in Middenaarde letterlijk van sterrenstof is gemaakt: de meeste hoofdstoffen, zoals de voor levensvormen zo belangrijke koolstof, zijn ooit ontstaan in de kern van sterren die inmiddels allang zijn vergaan. Het is dan ook betamelijk dat ster een van de oudste woorden is die we kennen en hebben.

Lees verder “Tongel”

Wolvenroem

Nog even en de wolf is na meer dan eeuw weer terug in het wild van Nederland, en dan waarschijnlijk eerst in Drenthe. Daar is onlangs vlak over de grens bij het Duitse Meppen een wilde wolf op beeld gezet. In Duitsland leven nu alweer jaren enkele roedels en ook in Nederland is volgens kenners ruimte voor meerdere roedels. Niet iedereen zal even blij zijn met het wederkeren van de wolf –hij is en blijft een roofdier en zijn verdwijning was immers naar de wens van velen– maar toen wij nog in de onmetelijke wouden van Midden-Aarde woonden was de wolf eerder geducht dan gehaat.

Lees verder “Wolvenroem”

Sigelhearwan

Toen de Angelsaksen in Brittannië meer dan duizend jaar geleden vele verhalen uit de klassieke en bijbelse wereld opschreven in hun eigen taal, het Oudengels, vertaalden ze doorgaans niet de namen van mensen en volkeren en landen. Hooguit voegden ze ter verduidelijking eigen woorden toe. De Romeinen waren domweg Rómáne dan wel Rómwaran, de Grieken Grécas, de Israëlieten Israélas, de Egyptenaren Egipte, enzovoort. Maar merkwaardig genoeg gebruikten ze uitgerekend voor de Ethiopiërs steevast een volstrekt eigen benaming, namelijk het raadselachtige Sigelhearwan – alsmede latere nevenvormen als Sílhearwan en Sigelwaras.

Lees verder “Sigelhearwan”