Twee spellingen
De Nederlandse spelling sluit, in vergelijking met de Engelse spelling, goed aan bij de gesproken taal. Een grote uitzondering hierop is, zoals wij al mochten bevinden, dat wij een -d blijven schrijven waar wij al eeuwen een [t] uitspreken, zoals in daad en wijd. Het uitblijven van spellingwijzingen heeft meestal praktische, maar vaak ook etymologische redenen; woorden mogen zo een deel van hun geschiedenis tonen. Veel Engelse woorden bezitten door hun achterhaalde, archaïsche spelling wellicht meer karakter en geheimzinnigheid, althans in de ogen en oren van mensen die veel over taal nadenken. Men schrijft bijvoorbeeld in navolging van oude uitspraak lane of fire, maar zegt inmiddels iets anders.
Vaarn
And when Thiodolf stepped out of the beech-wood into the broad sunshine dappled with the shadow of the leaves of the hazels moving gently in the fresh morning air, he was covered from the neck to the knee by a hauberk of rings dark and grey and gleaming, fashioned by the dwarfs of ancient days.
(Uit William Morris’ The House of the Wolfings, 1889.)
Achter geloken ogen
Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken ogen gaat het huis teloor
En wandel ik weer langs een oever
Van het verleden, en er is geruis
Van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?
Aldus begint het gedicht Wind om het huis geschreven door Arend Roland Holst, dat hij hier in zijn heldere en gedragen Nederlands voordraagt. Hij speelt met de betekenis van het weinig gebruikte geloken: de geloken ogen van een huis zijn immers de luiken, wat de metafoor oproept – het lichaam als huis van de ziel – die de verwante woorden ook in betekenis verbindt. Zo blaast Holst met zijn dichterlijke gebruik van een bekende uitdrukking nieuw leven in een ondergewaardeerd woord; tegelijkertijd herinnert hij ons aan de gedeelde oorsprong van geloken en luiken.
Verheven ernst
Tolkien mag zelf dan geen liefhebber van de Nederlandse taal geweest zijn, de eerste vertaling van The Lord of the Rings werd wél in ons land uitgegeven. Bovendien is vertaler Max Schuchart voor zijn werk aan In de Ban van de Ring onderscheiden met de Martinus Nijhoff-prijs. Dat we hem dankbaar mogen zijn voor zijn grote toewijding staat dan ook buiten kijf. Toch heb ikzelf, en velen met mij, me zo nu en dan geërgerd over enkele van zijn keuzes. Het deed me dan ook deugd toen ik vernam van een ‘alternatieve’ vertaling door mevrouw E.J. Mensink-van Warmelo, geschreven in de jaren zeventig en onder meer hier te vinden. Ze heeft dit kolossale werk klaarblijkelijk geheel op eigen initiatief en kosteloos volbracht – wat op zich al bewonderenswaardig is – en het resultaat is allerminst onverdienstelijk.
De wetgevers van de wereld
‘Dichters zijn de officieuze wetgevers van de wereld,’ zo beweerde de Engelse hogepriester van de Romantiek P.B. Shelley eens. Zij geven immers onze woorden betekenis en daarmee onze wereld inhoud. De laatste tijd begin ik steeds meer te twijfelen of Shelleys lijfspreuk op onze tijd nog wel toepasbaar is.
Zo was ik laatst – vraag me niet waarom – op zoek naar een Amsterdamse winkel waar men hardloopschoenen verkoopt. Mijn zoektocht strandde echter al gauw, en het duurde enige tijd voor ik ontdekte waar ik de mist in ging. Tot mijn groeiende verbazing kwam ik erachter dat ik niet op het vooroorlogse hardloopschoenen moest zoeken – maar op runningschoenen.
Accelerando
Was er een prijs voor het meest veelzijdige leesteken, dan zou het liggende streepje zonder aarzelen mijn stem krijgen. Waar de regels rond andere leestekens tamelijk eenduidig zijn, hoef je bij gebruik van een – nooit bang te zijn dat je onverhoopt grammaticale gruwels als kommasplitsingen of onvolledige zinnen tot leven wekt. Reden te meer om na de puntkomma ook voor dit leesteken een lans te breken – voorlopig figuurlijk, al weet je het maar nooit in deze roerige tijden.
Voorbij de randen van de wereld
Tijdens het lezen van Tolkiens The Lord of the Rings kwam ik onlangs een uitdrukking tegen waar ik niet overheen kon lezen. Voor wie de boeken kent: ik was Frodo net gevolgd tot de elvenstad Rivendell, alwaar hij betoverd wegdroomt bij de muziek en poëzie van de elven:
Almost it seemed that the words took shape, and visions of far lands and bright things opened out before him; and the firelit hall became like a golden mist above seas of foam that sighed upon the margins of the world.
De spinnende godin
De godinnennaam Tanfana blijft mijn gemoed beheersen. Ontevreden met de twee duidingen die ik in mijn vorige stuk gaf ben ik andere mogelijkheden gaan overwegen. En zo ben ik op een duiding gekomen die mij aannemelijker voorkomt. Waar ik de naam aanvankelijk voor een afleiding hield, gelijk velen voor mij, houd ik er nu rekening mee dat hij eerder een samenstelling is. Dat verandert de zaak.
Bij volle maan gevierd
In de negende maand van het jaar 9 na Christus leden de Romeinen een verpletterende nederlaag tegen een groot verbond van Germaanse stammen. In een slag die drie dagen duurde werden drie legioenen tezamen met hun hulptroepen volledig vernietigd na een verrassingsaanval in het Teutoburgerwoud. Naast meer dan twintig duizend Romeinse soldaten waren ook de drie adelaars, de veldtekens van de legioenen, verloren gegaan. Het was voor Rome een ramp en een vernedering.
De schijnende god
M A R T I H A L A M A R Ð […] S A C R V M T·DOMIT·VINDEX C · LEG · XX · V · V V[otum] · S[olvit] · L[ibens] · M[erito] Aan Mars Halamarđus is (dit beeld) gewijd door Titus Domitius Vindex, centurio van de Legio XX Valeria Victrix die (hiermee) zijn gelofte heeft ingelost, gaarne (en) met reden. … Lees verder De schijnende god
Le point-virgule
Inmiddels is de storm weer gaan liggen, maar enkele jaren geleden woedde er een hevig debat over de al dan niet tragische teloorgang van de puntkomma. Met name in Engels- en Franstalige media was een ieder die het woord semicolon of point-virgule in de mond nam zijn leven niet meer veilig. Het debat werd aangezwengeld door Fransen die hun onverbeterlijke taalpurisme nu eens op de leestekens wilden botvieren: de naderende ondergang van de puntkomma zou te wijten zijn aan de verderfelijke invloed van Angelsaksische taalvandalen. Les rosbifs zijn immers veel te ruw en onbehouwen – met hun slechte bier en barbaarse eetgewoontes – om zo’n elegante en subtiele uitvinding als de puntkomma op waarde te kunnen schatten.