Over het wilde haf

Overvloedig in zeemansspraak is onze taal. Veel uitdrukkingen die men daags en onbewust gebruikt stammen uit de beste tijd van zeilen en masten en golven. Hoe kan het dan dat onze taal maar anderhalf woord voor ‘zee’ kent? Er is zee en er is meer, welk zijn oude deelbetekenis ‘zee’ thans nagenoeg heeft verloren. Er is uiteraard nog oceaan, maar dat is, hoe mooi een woord het ook mag zijn, niet eigen. En er zijn nog verbindingen als het ruime sop, die flink aan dichterlijkheid hebben ingeboet, voor zover ze die ooit bezaten. Soms wordt de zee nog wel het blauw genoemd, maar zo’n benaming zal altijd een afgeleide blijven.

Lees verder “Over het wilde haf”

Tsunami(sch)

Hoewel de strijd met Vader Oceaan inmiddels in ons voordeel beslist lijkt, wordt ons land de laatste jaren geteisterd door een toenemend aantal tsunami’s. Na de grote watterrampen in het Verre Oosten volgden recentelijk behalve een tsunami van obesitas, ook tsunami’s van bananen en goedkoop buitenlands bier, alsmede van omvallende bedrijven, hangmatspinnen, meeuwen, en zelfs voorkeursstemmen. Gelukkig hadden onze politici zich goed voorbereid op al dit natuurgeweld. Zo las ik onlangs dat de toch weinig sportief ogende Rita Verdonk behendig meesurft op een tsunami van xenofoob gewauwel (daar kunnen onze aziatische lotgenoten nog wat van leren), en van een tweede politica schrijft men zelfs dat ze keihard (!) meesurft op een tsunami van Europese massahysterie. Het moge duidelijk zijn: aan massahysterie geen gebrek.

Lees verder “Tsunami(sch)”

Hunkerend naar de derde ster

De voetbalinterviews rond de apotheose van het kampioenschap waren scherpzinnig als altijd. Ditmaal viel vooral de grote creativiteit op waarmee spelers, trainers en journalisten het Amsterdamse verlangen naar de ‘derde ster’ typeerden. De supporters hadden er naar gesnakt (De Boer), zelfs gesmacht (De Jong), en spelers voelden de honger van de stad in hun hart (Vertonghen). Verslaggever Joep Schreuder deed er nog een schepje bovenop: de hele dag beweerde hij dat Amsterdam zeven jaar lang naar deze overwinning had gehunkerd. Zijn woordkeuze werd helaas door niemand overgenomen en viel daardoor enigszins uit de toon – al heeft dat wellicht ook met de geschiedenis van het woord te maken.

Lees verder “Hunkerend naar de derde ster”

Noor

Ðá wes þér án of Norwegan þe wiðstód þet Englisce folc, þet hí ne micte þá brigge oferstígan, ne sige gerechen.

Het is gezegd dat in het jaar van Onze Heer 1066 in de slag bij Stamford Bridge, toen een Engels leger een heerschaar wijkingen uit Noorwegen verraste, er een enkele reus van een wijking de nauwe brug over de Derwent hield om tijd te winnen voor zijn medekrijgers. Houwend met een geweldige Deense aaks doodde hij welhaast veertig Saksen eer hij werd overwonnen. Ze hadden hem met pijlen kunnen vellen, tot hun schande, als zij hem niet zo hadden bewonderd.

Lees verder “Noor”

Het Fries tussen zustertalen

Menigeen weet dat het Fries soms meer op het Engels lijkt dan op het Nederlands of Duits. Althans, waar het woorden en klanken betreft. In de meeste zulker gevallen gaat het om een woord dat de vier talen gemeen hebben, d.w.z. eenzelfde woord dat zij allen geërfd hebben uit het Oudgermaans. Zie bijvoorbeeld Engels green en Fries grien tegenover Nederlands groen en Duits grün; allen komen zij van Oudgermaans *grōniz. Maar in enkele gevallen delen het Engels en het Fries een woord dat in het Nederlands en het Duits niet eens voorkomt. Een welbekend voorbeeld hiervan is Engels key en Fries kaai tegenover Nederlands sleutel en Duits Schlüssel. Zie hier voor een overzicht van zulke gelijkenissen tussen Engels en Fries.

Lees verder “Het Fries tussen zustertalen”

Een nieuwe Groninger spelling

De trouwe lezer weet dat ik mij het afgelopen jaar heb verdiept in het Gronings, oftewel het geheel van de Groninger streektalen. Mijn hoop is dat ik uiteindelijk zelf ook vloeiend Gronings zal kunnen. Waarom is dat, afgezien van mijn algemene belangstelling voor taal en talen? Wel, omdat ik in Groningen ben getogen en woon, en omdat mijn wortelen in deze streken liggen – die wil ik niet verloochenen. Doch ook omdat ik heb ontdekt dat ik het Gronings domweg aangenaam en bijzonder vind, zowel in klank als in woordenschat, al bestaan er wat mij betreft mooiere en minder mooie vormen van Gronings.

Lees verder “Een nieuwe Groninger spelling”

Leuke gedichtjes

In een verloren ogenblik hoorde ik onlangs een mij onbekend persoon – vast een Bekende Nederlander – in een praatprogramma vertellen over de ‘leuke gedichtjes’ die hij geschreven had. In gedachten probeerde ik me, overigens zonder veel succes, voor te stellen hoe een Engelse gast dit gezegd zou hebben. ‘Nice little poems’ was mijn beste maar weinig bevredigende gooi: ik geloof niet dat ik dit daadwerkelijk ooit gehoord heb.

Lees verder “Leuke gedichtjes”

Reinwis en Reinbrand

Wie heeft zich als kind tijdens de lange lessen in Nederlandse letterkunde niet verwonderd over de voornaam van de Zwolse schrijver Rhijnvis Feith (1753–1824)? Wat een buitengewoon vreemde naam. Heette hij zo omdat zijn ouders hem zagen als een vis in de Rijn? Was hij soms een goede zwemmer? Of was hij anders vernoemd naar een voorouder met dergelijke (gewenste) eigenschappen?

Lees verder “Reinwis en Reinbrand”