Kleurrijke boodschappers

Hoewel het begin van de lente nog ver weg lijkt, zijn de eerste krokussen en narcissen alweer verschenen. Behalve hun weelderige kleuren en geuren, brengen de lentebloemen ook de Griekse mythen in herinnering waar hun schone namen aan ontleend zijn: legenden van jongelingen als Narkissos, Krokos en Hyakinthos, die verstrikt raakten in goddelijke aangelegenheden en, eer nog de zomer van hun leven aanbrak, stierven in de schoonheid der jeugd – net als de bloemen waarin ze voortleven. Een heel ander verhaal vertelt de iris, de kleurrijke boodschapper der goden op wier komst we nog enkele maanden moeten wachten.

Lees verder “Kleurrijke boodschappers”

De harp en de camera

Ongetwijfeld het invloedrijkste zinnebeeld voor het Romantische in de literatuur is ontleend aan M.H. Abrams’ The Mirror and the Lamp (1953). Waar eerdere schrijvers zich zagen als een spiegel die zo getrouw mogelijk de werkelijkheid reflecteert, aldus Abrams, wilde de Romanticus juist zijn als een lamp, die een nieuw licht op de wereld schijnt. Veel minder bekend, maar minstens zo verhelderend, zijn de metaforen (of symbolen) die Owen Barfield introduceert in zijn essay “The Harp and the Camera” (1977).

Lees verder “De harp en de camera”

Het eeuwige verlangen

“Ik geloof alleen in wat ik zie.”

Geloof is een belangrijk en veelgebezigd woord in het Nederlands. Zo zegt Van Dale dat geloof is: ‘vertrouwen in de waarheid van iets/op God’ en over geloven staat: ‘vast vertrouwen in het bestaan van iets, voor waar houden op gezag van een ander, menen, denken’. (Let op het element van twijfel en onzekerheid). Het hangt vast op het menen, weten dat iets bestaat, denken dat iets is.

Geloven is echter van dezelfde als wortel lief en hangt samen met woorden als loven, belofte, maar niet bruiloft, hoewel dat natuurlijk op klank en betekenis geen probleem is; bruid-gelofte. Zo komen we dus op het al eerder genoemde lief(de), hetgeen een verlangen uitdrukt. Vergelijk dat met verwanten buiten het Germaans: Sanskriet lubhayati ‘hij verlangt’  en Latijn lubet ‘het is hem aangenaam’. Geloven is dus voorzeker geen ‘onzeker aannemen op grond van het gezag van de priester of sjamaan’, maar een ‘verlangen naar iets of iemand (dat/die aangenaam is)’.

Lees verder “Het eeuwige verlangen”

Verguisd en vergeten?

Zelfs binnen de grenzen van Academia is hij tegenwoordig zo goed als vergeten, maar eens gonsde zijn naam door de gangen van Oxford en Cambridge waar menig jonge student, ontsnappend aan de strenge blik van zijn hoogleraren, in zijn betoverende versen een glimp opving van een wereld die mijlenver van de preutse moraliteit van het victoriaanse Engeland verwijderd was. Áls Algernon Charles Swinburne (1837-1909) nu nog herinnerd wordt, dan is het vanwege het schokeffect dat zijn anti-christelijke sentimenten en sexuele perversiteiten teweegbrachten in het Engeland van de jaren 1860. Het verschijnen van Poems and Ballads (1866) leverde hem al gauw de bijnamen Swineborne, Swiftburn en Sinburn op, en beroemd is dat dichteres Christina Rossetti de regel ‘The supreme evil, God,’ schrapte uit haar editie van Atalanta in Calydon (1865). Helaas overschaduwt dit eenzijdige beeld van Swinburne de werkelijke en blijvende waarde van zijn poëzie – zijn uitzonderlijke meesterschap van de muziek van traditionele versvormen.

Lees verder “Verguisd en vergeten?”

Leer en doem van de Dertiende Ezige

Vergeleken met de Oudengelse en de Oudnoordse overlevering is de Oudfriese overlevering maar bescheiden. De meeste teksten betreffen rechtspraak, en daar schittert het Oudfries in, maar de weinige verhalen en verhandelingen die het uiteindelijk hebben gered verbleken in kunstigheid bij die van de Oudengelse en Oudnoordse overlevering. Er is geen Oudfriese tegenhanger van Béowulf, geen tegenhanger van de Völuspá of van de Heliand; er is hoe dan ook geen Oudfries werk in stafrijm, de oude Germaanse dichtvorm, of enig waar heldendicht.

Maar in de Oudfriese overlevering zijn wel nagalmen te vinden van aloude Germaanse tijden, onder andere in de vorm van zeldzame woorden, weergaven van rechtsgang, en aanwijzingen naar een verloren mythologie.

Lees verder “Leer en doem van de Dertiende Ezige”

Een orde dichterlijk

The increased precision of modern English, though it is a great gain for the purposes of matter-of-fact statement, is sometimes the reverse of an advantage for the language of emotion and contemplation.

Zo sprak de Engelse filoloog Henry Bradley, en zo herhaalt de Engelse wijsgeer Owen Barfield hem in zijn boek over dichterlijke spraak, Poetic Diction. Het Engels is te nauw bepaald, bedoelt Bradley. En wat geldt voor het Engels geldt evenwel voor het Nederlands. Het zijn sterk analytische talen, dat wil zeggen dat zij betrekkelijk weinig uitgangen en verbuigingen hebben, en een zeer vaste woordvolgorde. Al doen zij in dezen nog onder voor het Chinees. Vergelijk hiermee de synthetische talen zoals het Latijn en het Grieks en ook het Oudgermaans (waar het Nederlands een telg van is). Zulke talen hebben vaak wel een verkoren woordvolgorde, maar geenszins een vaste; door de verbuiging van de woorden is het duidelijk wie of wat het onderwerp is, en wie of wat het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp.

Lees verder “Een orde dichterlijk”

Saksemarken, land van de hoge helm en het rode schild

Ák skilu wí úse lond wera mith egge and mith orde and mith thá brúna skelde with thena stápa helm and with thene ráda skeld and with thet unriuchte hêrskipi.

(Ook zullen wij ons land verdedigen met zwaard en met speer en met het bruine schild tegen de hoge helm en tegen het rode schild en tegen de onrechte heerschappij.)

Deze koene belofte vinden wij in een wettelijk stuk uit Middeleeuws Friesland, in de Oudfriese tong. Een opmerkelijk dichterlijke benaming is de hoge helm en het rode schild, waarmee de Saksische ridders worden bedoeld, naar hun wapenrusting. Het waren de Saksen die van jaren her macht zochten te winnen over de Friese landen. Oude vijanden waren zij, zoals naburen vaak plegen te zijn. Het is niet de enige keer dat we deze benaming treffen. Zo lezen we in een ander stuk uit Laat-Middeleeuws Friesland het volgende:

Lees verder “Saksemarken, land van de hoge helm en het rode schild”

Rasp en eentoon

Het Genootschap Onze Taal meldt op zijn weblog hoe steeds meer mensen in de Verenigde Staten met een krakerige stem praten. Het is een soort raspig geluid dat nergens voor nodig lijkt en ook voor de voortbrenger onaangenaam moet zijn. Het zijn overigens vooral jonge vrouwen die zulks gebruiken.

Het doet mij denken aan een andere spraakontwikkeling in de VS. Want steeds vaker hoor ik Amerikanen die heel eentoning praten en hun zinnen met een gerekte en rijzende toon laten eindigen. Waar-door-het-lijkt-als-of-ze-een-vraaaag-stelleeeen? Ter-wijl-het-he-le-maal-geen-vraag-waaaas?

Lees verder “Rasp en eentoon”

Taalwoorden

Een nieuwe maand, een nieuwe lijst met woorden. Deze keer zijn het wat ik taalwoorden noem, oftewel woorden die met taal te maken hebben, zoals spreken, rijm en rede. Waarom zou iemand in hemelsnaam zo’n lijst willen maken? Wel, ik heb er woorden tussengezet waar meer motten op zitten dan in mijn portemonnee. Waar lagen en lagen stof op liggen. Woorden zoals deul en rarde. Ik wil ze het stof afblazen en ze dan nieuw leven inblazen. Zo vermengd met allerlei springlevende woorden smokkel ik ze misschien weer terug onze woordenschat in. Kleine kans van slagen? Nou, ik doe het menigerwijs; dit is slechts één weg waarlangs ik ze stuur.

Lees verder “Taalwoorden”

Tweng

Een man kan verscheurd raken, in tweespalt zijn, in zijn verlangen naar zaken die niet te verenigen zijn, of maar moeilijk zo. Aldus sta ik tussen twee werelden in. Innigst is mijn wens naar een koel, groen en wild land; tijdloos, hemels en geheimzinnig. Een Midden-Aarde zoals in mijn beste dromen, waarin ik dagen achtereen door hoog gras en heldere stromen waad en over rollende heuvels tijg, met een stok om op te leunen en eerlijk voedsel in mijn buidel. Hier heeft men niet metaal en wielen in de zin; hier is men niet met kunststoffen omgeven. En hier ben ik te midden van de mensen die mij begrijpen.

Lees verder “Tweng”

De betekenis van inception

Sinds mijn schrijven over de film Inception komen er dagelijks mensen op Taaldacht terecht vanuit een Google-zoekopdracht als inception betekenis of wat betekent inception of iets dergelijks. Zulks laten de statistieken achter de schermen zien. Hoewel ik het voor mogelijk houd dat sommige mensen op zoek zijn naar verhandelingen over de betekenis van het verhaal, zullen de meesten de betekenis van de titel willen weten. Bij dezen een helpende hand aan de zoekenden.

Lees verder “De betekenis van inception”