Òlle vörms
Een van de redenen waarom ik zo geboeid kan raken door de streektalen is omdat deze vaak vormen uit het Oudgermaans hebben bewaard die in de standaardtaal –het Algemeen Beschaafd Nederlands– inmiddels niet of nauwelijks meer voorkomen. Een voorbeeld hiervan zijn de meervoudsvormen in het Gronings.
Hoe verschilt het Groningse meervoud van het Nederlandse? Meer nog dan in het Nederlands krijgen Groningse woorden die –na een stomme e– eindigen op een l, r, m of n een s-meervoud. Zo heeft het Gronings steevast (eerd)appels, waar het Nederlands zowel (aard)appels als (aard)appelen kan hebben. En het Gronings heeft bijvoorbeeld moatregels waar het Nederlands enkel maatregelen kent. Maar het Gronings onderscheidt zich in meervoudsvormen vooral bij woorden die op -rm en -lm eindigen. Vergelijk Gronings in mien aarms met Nederlands in mijn armen, en met Engels in my arms(!). In het noorden woeden störms en geen stormen, en draagt men helms en geen helmen.
