Tweng

Een man kan verscheurd raken, in tweespalt zijn, in zijn verlangen naar zaken die niet te verenigen zijn, of maar moeilijk zo. Aldus sta ik tussen twee werelden in. Innigst is mijn wens naar een koel, groen en wild land; tijdloos, hemels en geheimzinnig. Een Midden-Aarde zoals in mijn beste dromen, waarin ik dagen achtereen door hoog gras en heldere stromen waad en over rollende heuvels tijg, met een stok om op te leunen en eerlijk voedsel in mijn buidel. Hier heeft men niet metaal en wielen in de zin; hier is men niet met kunststoffen omgeven. En hier ben ik te midden van de mensen die mij begrijpen.

Lees verder “Tweng”

Negatief vermogen

Enige tijd geleden ried ik u de film Bright Star (2009) aan, het rijkelijk uitgebeelde verhaal van de liefde tussen de jonge Engelse dichter John Keats en de sierlijke Fanny Brawne. We zien hoe zij hem kort na hun eerste ontmoeting zover krijgt om haar in de dichtkunst te onderwijzen:

Fanny Brawne: I still don’t know how to work out a poem.

John Keats: A poem needs understanding through the senses. The point of diving in a lake is not immediately to swim to the shore, but to be in the lake, to luxuriate in the sensation of water. You do not work the lake out. It is an experience beyond thought. Poetry soothes and emboldens the soul to accept mystery.

Fanny Brawne: I love mystery.

(Hieronder als geluidsfragment te horen, gevolgd door zeer heldere muziek uit de film.)

Lees verder “Negatief vermogen”

Hel

Het huidige idee van hel is zeer gekleurd door de Westerse cultuur welke op haar beurt lang in het teken heeft gestaan van het Christelijk geloof. Het is in de Bijbel gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse begrip She’ol en het Griekse Ha(i)des, maar ook van het Hebreeuwse Ge Hinnom, dat in het Grieks Gehenna werd. Dit wekt enige bevreemding op, immers zoals al eerder geschreven is Hel wel een ‘dodenrijk’ en een ‘woonplaats der schimmen’, maar niet een ‘strafplaats der verdoemden’.

 

Lees verder “Hel”

Werkwoordstijl

In een eerdere bijdrage kwam ter sprake dat volgens de filosoof Owen Barfield de taal van vroegere eeuwen getuigt van een minder gefragmenteerd wereldbeeld dan het huidige. Zo waren in het antieke Griekenland nu gescheiden concepten als ‘wind,’ ‘adem,’ en ‘geest’ nog verenigd in het ene woord pneuma. De oude Grieken leefden, in Barfields woorden, nog met ‘original participation:’ ze voelden zich minder afgescheiden van hun omgeving en zagen een onderliggende eenheid waar wij slechts verscheidenheid zien.

Lees verder “Werkwoordstijl”

Nagang bij nagalm

De etymologie, anders dan wat velen denken, is niet een stoffig vorsen noch een luchtig tijdverdrijf. Zij is geen bijzaak. Zij raakt de kern van onze wereld, want zij bekommert zich om de ziel van de taal, en de taal die is wezenlijk. De etymologie is als een speurtocht, een nagang des verledens, waarbij geheimen ontbonden worden en de wereld van onze voorouders helderder wordt, beter te vatten, tot een rijkdom opdoemt van verzamelde tijden, daden en plaatsen.

Lees verder “Nagang bij nagalm”

De schone slaapsters

In de eenvoudige woorden die we dagelijks gebruiken staan de gedachten en gevoelens van onze voorouders om ons heen, niet dood, maar bevroren in hun houding als de hovelingen in de tuin van de Schone Slaapster. Aldus schreef Owen Barfield in zijn History in English Words. Als voorbeeld geeft hij het woord kwaliteit, dat we danken aan Plato, die de Griekse tegenhanger van het woord verzon. Wanneer we beseffen dat Plato’s creativiteit in het spel is iedere keer dat we het woord kwaliteit gebruiken, gaan we onze taal met nieuwe ogen zien. En het eigen maken van een dergelijk taalgevoel is geenszins tijdsverspilling, want eenmaal aangeleerd circuleert het als nieuw bloed door de taal en de wereld om ons heen – het is de kus, aldus Barfield, die de slapende hovelingen tot leven wekt.

Lees verder “De schone slaapsters”

Doel

Mijn etymologisch woordenboek herleidt doel via ‘zandhoop waarop men schiet’ en ‘schietbaan’ (de Doelen), waarbij zij opmerken dat de betekenis ‘gegraven gat, greppel’ dichtbij ligt, naar Oudhoogduits tuolla ‘klein dal’. Het zou dan een ablautsvorm zijn naast dal.

Nu is doel in het Duits Ziel en bestaat er een speerpunt met de Runen-inscriptie Tilarids waar in het algemeen Doelrijder onder wordt verstaan. Het deel til leidt naar het Oudgermaanse *tila-.  (Vergelijk Gothisch til ‘geschikte gelegenheid, doel’.)

Lees verder “Doel”

Dustsceawung

Wrætlic is þes wealstan/ wyrde gebræcon

burgstede burston/ brosnað enta geweorc.


(Wonderlijk is de steenwal/ door het lot gebroken.

De burgstede gebarsten/ broos brokkelt het Ettenwerk.)

Uit: The Ruin

Er is een woord in het Angelsaksisch dat me in mijn hart trof toen ik het voor het eerst las: dustsceawung, de contemplatie van het stof. Om het in eenvoudiger taal te zeggen: stofschouwing.

Lees verder “Dustsceawung”

Brand

Zoals te verwachten is van een krijgshaftig volk hadden de oude Germanen meerdere woorden voor ‘zwaard’. Voorname voorbeelden zijn *heruz, vanwaar Oudsaksisch heru- (in samenstellingen), Oudengels heoru, Oudnoords hjörr en Gotisch haírus, het oorspronkelijk uit een andere taal afkomstige woord *mēkjaz, vanwaar Oudsaksisch māki, Oudengels mǽce, Oudnoords mækir en Gotisch meki, en uiteraard *swerdam, vanwaar Nederlands zwaard, Duits Schwert en Engels sword. Een ander woord  voor … Lees verder Brand