Land-van-de-rijzende-zon
Hoezeer ik ook de taal liefheb die gevormd is langs de weerbarstige Noordzee, soms voel ik toch een onweerstaanbare drang om even te ontsnappen aan deze omheinde uithoek van de Westerse Wereld. Dan denk ik mij graag temidden van neersneeuwende kersenbloesems en overhangende pagoda’s in het land waar – in de woorden van één inwoner – niet het helle licht wordt aanbeden van de vermeende vooruitgang, maar de lange, eerbiedwaardige schaduw van een rijk verleden. Zo kwam ik ertoe mijn eerste stappen te zetten in de wereld van een taal die wellicht niets met de onze van doen heeft – maar toch veel over onszelf kan vertellen.
Droom-omgolfde eilanden
Een van de meest dichterlijke kenmerken van onze taal heb ik altijd het gemak gevonden waarmee samenstellingen gevormd kunnen worden. Zelfs wie geen enkele kennis van rijm of andere dichttechnieken heeft, en nooit ‘poëtische’ gevoelens heeft (wat dat ook moge zijn), kan het plezier van dit dichterlijke, scheppende aspect van onze taal genieten. Men neme simpelweg een woordenboek, kieze zorgvuldig twee woorden, en het resultaat is bijna altijd verrassend en poëtisch. Zo zijn programmamakers en schrijvers ook vast op goed verkopende titels als vuurzee en zeemuziek gekomen.
Nimmer vergeten
Nothing is forgotten. Nothing is ever forgotten. Robin of Sherwood Al lijkt de mens te vergeten, het is niet de herinnering die vergankelijk is, maar de vergetelheid. Want de mist van tijd zal verzwinden – bij de hand van de Hoogste, die niet vergeet en niet vergaat, en de hulling ongedaan mag maken. Zonder hulling is er geen geheimzinnigheid of verwondering, dat lijdt geen twijfel, … Lees verder Nimmer vergeten
Bewegwijzering
Net als enkele trouwe bezoekers voelde ik de behoefte aan enige vorm van bewegwijzering om het zoeken en vinden van stukken op Taaldacht te vergemakkelijken; hoe graag ik ook vermag rond te dwalen in vreemde (web)steden, stel ik het ook zeer op prijs wanneer ik een gewenste bestemming zonder al te veel omzwervingen bereik. Om deze reden heb ik getracht de verschillende stukken in kaart te brengen, en via deze schakel kunt u de resulterende inhoudsopgave direct raadplegen.
Somber stafrijm
I suspect that it is a metre which is only suitable to rather sombre subjects.
Met deze woorden typeerde de Engelse dichter W.H. Auden eens de versvorm die de Engelsen alliterative verse noemen en bij ons stafrijm heet. Auden goot zijn lange verhalende gedicht The Age of Anxiety in deze vorm, die hij tot in de details beheerste. Dat het stafrijm hem juist voor zwaarmoedige onderwerpen geschikt leek, heeft ongetwijfeld te maken met haar oorsprong in de verhalenwereld van de Germanen. Met de zware cadans van het stafrijm lijkt iets van de heroïsche somberheid van de Germaanse ziel vervlochten, van de gemoedsstemming die Tolkien zo ontroerde in Oudengelse gedichten als Beowulf; het is de blik die het vallen ziet van de laatste nacht en toch door blijft strijden, de krijger die zijn trotse verzet niet laat breken door tegenstand, hoe onoverwinnelijk ook.
Boreas en Irene
Waar ik dacht dat de zoetgeurende Zefier en witgelokte Boreas zich, vluchtend voor de nieuwe wetenschap, ontgoocheld teruggetrokken hadden in hun grotten, word ik dezer dagen steeds vaker herinnerd aan de oude windgoden. Hun verre dochters roeren zich immers aan de overzijde van de oceaan: enkele jaren na Katrina teistert nu haar meedogenloze zuster Irene de oostkust van de Verenigde Staten, waar ze woedend door de straten stormt en in haar razernij mens en natuur ontwortelt.
Al geloven we in dit nuchtere tijdperk der
wetenschap niet meer in bezielde stormen, in onze taal zo niet in onze gedachten leeft nog immer de herinnering aan de vaarne goden van de wind. Zo bestaat het veelgebezigde orkaan Irene oorspronkelijk niet uit één, maar uit twee eigennamen. Orkaan is namelijk in de zestiende eeuw door Spaanse kolonisten aan een plaatselijke Caraïbische godheid ontleend; deze Hunrakan of God-Met-Eén-Been werd vernoemd naar het ‘eenbenige’ sterrenbeeld van de Grote Beer, dat in het orkaanseizoen helder aan de hemel verscheen.
Tirannen en despoten
“There are many ways in which words may be made to disgorge the past that is bottled up inside them, as coal and wine, when we kindle or drink them, yield up their bottled sunshine.” – Owen Barfield
Nu de vrijheidsstrijd in het Midden-Oosten weer oplaait, zien we journalisten voorzichtig zoeken naar de meest passende woorden om de wankelende machthebbers te beschrijven. Waar de Libische Kaddafi eerst nog een leider en kolonel was, ging hij spoedig de eerloze weg naar despoot en tiran. Voor zijn Syrische lotgenoot lijkt eenzelfde pad uitgestippeld. De gekozen benamingen vertellen niet alleen veel over de heersende opinie ten opzichte van de verre gebeurtenissen in de Arabische wereld; ze geven ook inzicht in de verschillende culturele oorsprongen van onze gevoelens jegens machthebbers.
Sjwa
Om ongemakkelijke misverstanden direct in de kiem te smoren: sjwa beduidt hier niet de manier waarop leipe matties elkaar na een paar tjonkels in de hood begroeten, noch mijn favoriete couscousgerecht bij de plaatselijke Marokkaan. Het gaat om een klank die we gebruiken als we even niets te zeggen weten (uh) maar ook in tal van eenlettergrepige woorden (te, de, me, je, ze, etc.) en voor-/achtervoegsels (ge-, –en, –je, etc.). Van alle klinkers kost het produceren van een sjwa wel het minste moeite; een normaal gebouwd mens hoeft slecht zijn mond ontspannen te openen, de stembanden wat te laten trillen, en uit te ademen.
Twee spellingen
De Nederlandse spelling sluit, in vergelijking met de Engelse spelling, goed aan bij de gesproken taal. Een grote uitzondering hierop is, zoals wij al mochten bevinden, dat wij een -d blijven schrijven waar wij al eeuwen een [t] uitspreken, zoals in daad en wijd. Het uitblijven van spellingwijzingen heeft meestal praktische, maar vaak ook etymologische redenen; woorden mogen zo een deel van hun geschiedenis tonen. Veel Engelse woorden bezitten door hun achterhaalde, archaïsche spelling wellicht meer karakter en geheimzinnigheid, althans in de ogen en oren van mensen die veel over taal nadenken. Men schrijft bijvoorbeeld in navolging van oude uitspraak lane of fire, maar zegt inmiddels iets anders.
Vaarn
And when Thiodolf stepped out of the beech-wood into the broad sunshine dappled with the shadow of the leaves of the hazels moving gently in the fresh morning air, he was covered from the neck to the knee by a hauberk of rings dark and grey and gleaming, fashioned by the dwarfs of ancient days.
(Uit William Morris’ The House of the Wolfings, 1889.)
Achter geloken ogen
Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken ogen gaat het huis teloor
En wandel ik weer langs een oever
Van het verleden, en er is geruis
Van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?
Aldus begint het gedicht Wind om het huis geschreven door Arend Roland Holst, dat hij hier in zijn heldere en gedragen Nederlands voordraagt. Hij speelt met de betekenis van het weinig gebruikte geloken: de geloken ogen van een huis zijn immers de luiken, wat de metafoor oproept – het lichaam als huis van de ziel – die de verwante woorden ook in betekenis verbindt. Zo blaast Holst met zijn dichterlijke gebruik van een bekende uitdrukking nieuw leven in een ondergewaardeerd woord; tegelijkertijd herinnert hij ons aan de gedeelde oorsprong van geloken en luiken.