Raag

De aanblik van een gebergte waarvan de besneeuwde toppen zich hoog boven de wolken verheffen, de beschrijving van een razende storm, of de schildering van het rijk van de hel door Milton wekken behagen op, maar gepaard met huivering (…).

Uit:
Opmerkingen over het gevoel van het schone en het verhevene
(1763, vertaling door Ike Kamphof)

Aldus spreekt de Duitse wijsgeer Immanuel Kant in een van zijn vroegere werken. Hij onderscheidt hier het verhevene van het schone. Beide vervoeren ons tot hogere gevoelens, maar het verhevene grijpt ons aan, terwijl het schone ons bekoort. Het verhevene moet altijd groot en eenvormig zijn, het schone kan klein en druk en getooid zijn. In zijn latere werk zou hij hier nog veel verder over uitweiden.

Lees verder “Raag”

Motor

Het is de hoogste tijd om terug te keren naar die aloude, edele oefening die de geest vindingrijk houdt en de taal kwik: het smeden van woorden. Het doelwit is deze maal een diep ingegraven leenwoord.

Motor is langs het Engels ontleend aan Latijn mōtor ‘beweger’, een afleiding van movēre ‘bewegen, in beweging brengen’. De meeste Europese talen hebben hetzelfde woord en anders een dat beantwoordt aan Engels engine. Zelfs het doorgaans eigenzinnige Fins berust in moottori. Uitzonderingen zijn Litouws met variklis, Pools met silnik en –u raadt het al– IJslands met vél en hreyfill. Dit laatste woord wordt vooral voor vliegtuigmotoren gebruikt en is een afleiding bij het werkwoord hreyfa ‘bewegen’. Vél is algemener en betekent ook wel ‘machine’; het gaat terug op Oudnoords vél ‘kunstigheid, kunstgreep’.

Lees verder “Motor”

Oranje

oranje

In afwachting van de huldiging van Willem-Alexander tot Koning der Nederlanden zal het land weer doordrenkt worden met oranje. Wee de zielen die liever een andere landskleur hadden gehad. En dat terwijl het meer toeval dan zinnebeeld is dat Nederland uitgerekend oranje als landskleur heeft. Het Nederlandse vorstengeslacht heet weliswaar het Huis Oranje-Nassau, maar Oranje in dezen heeft oorspronkelijk niets te maken met de kleurnaam.

Lees verder “Oranje”

Het mooie kwijnen

Het was het gezicht van mijn moeders vader, het zijn de bomen in herfst, het zijn de oude boerderijen, de verweerde schuren en door gras verzwolgen paden… Het zijn de handen van herders, de vervallen houten hekken rond de weiden, de omloverde muren, de gammele stoelen van gisteren… Getekend zijn zij door vergankelijkheid — met de jaren en de sleet hebben zij hun schoonheid en eigenheid verworven. Zij schitteren in verwering. Heeft zoiets een naam in onze taal? Is het ooit genoemd? Het heugt mij niet.

Lees verder “Het mooie kwijnen”

Tweng

Een man kan verscheurd raken, in tweespalt zijn, in zijn verlangen naar zaken die niet te verenigen zijn, of maar moeilijk zo. Aldus sta ik tussen twee werelden in. Innigst is mijn wens naar een koel, groen en wild land; tijdloos, hemels en geheimzinnig. Een Midden-Aarde zoals in mijn beste dromen, waarin ik dagen achtereen door hoog gras en heldere stromen waad en over rollende heuvels tijg, met een stok om op te leunen en eerlijk voedsel in mijn buidel. Hier heeft men niet metaal en wielen in de zin; hier is men niet met kunststoffen omgeven. En hier ben ik te midden van de mensen die mij begrijpen.

Lees verder “Tweng”

Het barre geraas

Deze week is weer gebleken: Europa is nog niet af van de Mexicaanse griep, oftewel de varkensgriep, ook wel bekend onder de officiële naam Nieuwe Influenza A (H1N1). Een heuse uitbraak dreigt, en met een mogelijke epidemie zal altijd rekening worden gehouden. Taaldacht biedt helaas niets ter bestrijding of voorkoming van zulk ongeluk, doch mogelijk wel een evenwoord voor epidemie.

De Dikke van Dale geeft voor epidemie de volgende betekenis: ‘(het optreden van een) besmettelijke ziekte die zich zeer snel uitbreidt, om na enige tijd weer geheel of bijna geheel te verdwijnen’. Volgens de Dikke van Dale heeft het ook evenwoorden: landziekte en volksziekte. Maar échte evenwoorden zijn het niet, voor zover er ooit sprake is van échte evenwoorden, waar dan ook. Landziekte is verouderd in de betekenis ‘epidemie’ en wordt tegenwoordig vooral gebezigd voor een ‘ziekte die vooral in een bepaald land, gebied optreedt’. Daarnaast is er volksziekte, dat ook niet echt dezelfde lading heeft als epidemie. Goed, maar wat is dan wel een goed evenwoord?

Lees verder “Het barre geraas”

Hel

Het huidige idee van hel is zeer gekleurd door de Westerse cultuur welke op haar beurt lang in het teken heeft gestaan van het Christelijk geloof. Het is in de Bijbel gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse begrip She’ol en het Griekse Ha(i)des, maar ook van het Hebreeuwse Ge Hinnom, dat in het Grieks Gehenna werd. Dit wekt enige bevreemding op, immers zoals al eerder geschreven is Hel wel een ‘dodenrijk’ en een ‘woonplaats der schimmen’, maar niet een ‘strafplaats der verdoemden’.

 

Lees verder “Hel”

Sport

De laatste tijd ben ik aan het verheemduiden. Daarmee bedoel ik dat ik leenwoorden zo duid alsof ze eigenlijk ‘inheems’ zijn. Deze keer is het woord sport aan de beurt. Sport ‘lichamelijke oefening en ontspanning’ is volgens het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (EWN) ontleend aan Engels sport, van een oudere vorm dysporte, dat op diens beurt is ontleend aan Oudfrans desport ‘vermaak, recreatie’, een afleiding van (een voorloper van) déporter ‘afleiden, spelen, (zich) vermaken’.

Lees verder “Sport”