Sjwa

Om ongemakkelijke misverstanden direct in de kiem te smoren: sjwa beduidt hier niet de manier waarop leipe matties elkaar na een paar tjonkels in de hood begroeten, noch mijn favoriete couscousgerecht bij de plaatselijke Marokkaan. Het gaat om een klank die we gebruiken als we even niets te zeggen weten (uh) maar ook in tal van eenlettergrepige woorden (te, de, me, je, ze, etc.) en voor-/achtervoegsels (ge-, –en, –je, etc.). Van alle klinkers kost het produceren van een sjwa wel het minste moeite; een normaal gebouwd mens hoeft slecht zijn mond ontspannen te openen, de stembanden wat te laten trillen, en uit te ademen.

Lees verder “Sjwa”

Achter geloken ogen

Waar heeft rondom het huis de wind het over?
Achter geloken ogen gaat het huis teloor
En wandel ik weer langs een oever
Van het verleden, en er is geruis
Van water en van riet, vooral van water.
Een blij kind roept mijn naam – werd ik ooit oud?

Aldus begint het gedicht Wind om het huis geschreven door Arend Roland Holst, dat hij hier in zijn heldere en gedragen Nederlands voordraagt. Hij speelt met de betekenis van het weinig gebruikte geloken: de geloken ogen van een huis zijn immers de luiken, wat de metafoor oproept – het lichaam als huis van de ziel – die de verwante woorden ook in betekenis verbindt. Zo blaast Holst met zijn dichterlijke gebruik van een bekende uitdrukking nieuw leven in een ondergewaardeerd woord; tegelijkertijd herinnert hij ons aan de gedeelde oorsprong van geloken en luiken.

Lees verder “Achter geloken ogen”

Over het wilde haf

Overvloedig in zeemansspraak is onze taal. Veel uitdrukkingen die men daags en onbewust gebruikt stammen uit de beste tijd van zeilen en masten en golven. Hoe kan het dan dat onze taal maar anderhalf woord voor ‘zee’ kent? Er is zee en er is meer, welk zijn oude deelbetekenis ‘zee’ thans nagenoeg heeft verloren. Er is uiteraard nog oceaan, maar dat is, hoe mooi een woord het ook mag zijn, niet eigen. En er zijn nog verbindingen als het ruime sop, die flink aan dichterlijkheid hebben ingeboet, voor zover ze die ooit bezaten. Soms wordt de zee nog wel het blauw genoemd, maar zo’n benaming zal altijd een afgeleide blijven.

Lees verder “Over het wilde haf”

Hunkerend naar de derde ster

De voetbalinterviews rond de apotheose van het kampioenschap waren scherpzinnig als altijd. Ditmaal viel vooral de grote creativiteit op waarmee spelers, trainers en journalisten het Amsterdamse verlangen naar de ‘derde ster’ typeerden. De supporters hadden er naar gesnakt (De Boer), zelfs gesmacht (De Jong), en spelers voelden de honger van de stad in hun hart (Vertonghen). Verslaggever Joep Schreuder deed er nog een schepje bovenop: de hele dag beweerde hij dat Amsterdam zeven jaar lang naar deze overwinning had gehunkerd. Zijn woordkeuze werd helaas door niemand overgenomen en viel daardoor enigszins uit de toon – al heeft dat wellicht ook met de geschiedenis van het woord te maken.

Lees verder “Hunkerend naar de derde ster”

Taalwoorden

Een nieuwe maand, een nieuwe lijst met woorden. Deze keer zijn het wat ik taalwoorden noem, oftewel woorden die met taal te maken hebben, zoals spreken, rijm en rede. Waarom zou iemand in hemelsnaam zo’n lijst willen maken? Wel, ik heb er woorden tussengezet waar meer motten op zitten dan in mijn portemonnee. Waar lagen en lagen stof op liggen. Woorden zoals deul en rarde. Ik wil ze het stof afblazen en ze dan nieuw leven inblazen. Zo vermengd met allerlei springlevende woorden smokkel ik ze misschien weer terug onze woordenschat in. Kleine kans van slagen? Nou, ik doe het menigerwijs; dit is slechts één weg waarlangs ik ze stuur.

Lees verder “Taalwoorden”

Hel

Het huidige idee van hel is zeer gekleurd door de Westerse cultuur welke op haar beurt lang in het teken heeft gestaan van het Christelijk geloof. Het is in de Bijbel gebruikt als vertaling voor het Hebreeuwse begrip She’ol en het Griekse Ha(i)des, maar ook van het Hebreeuwse Ge Hinnom, dat in het Grieks Gehenna werd. Dit wekt enige bevreemding op, immers zoals al eerder geschreven is Hel wel een ‘dodenrijk’ en een ‘woonplaats der schimmen’, maar niet een ‘strafplaats der verdoemden’.

 

Lees verder “Hel”

Nieuw leven voor Oudnederlands

Vraag een willekeurige Nederlander wat hij weet over Oudnederlands en hij komt waarschijnlijk niet veel verder dan hebban olla vogala… En dat is mits hij “Oudnederlands” niet verstaat als “oud Nederlands”, zoals dat van de Gouden Eeuw. Dat is ook niet gek, want er is nu eenmaal weinig in het Oudnederlands overgeleverd. En tegenwoordig krijgen kinderen hoe dan ook weinig mee van de vaderlandse geschiedenis in de tijd van het Oudnederlands en daarvoor. En dat is jammer, want er valt veel over onze verdere voorouders te vertellen.

Lees verder “Nieuw leven voor Oudnederlands”